deredactie.be


Weblog Kristien Hemmerechts

Plooien of vouwen

20 / 10 / 2011
Vaker en vaker hoor en lees ik het: er kan beroep worden gedaan. Asielzoekers kunnen het, werkzoekenden kunnen het, slachtoffers, buikdanseressen, alles en iedereen kan beroep doen op. En telkens denk of mompel ik: een beroep. Onlangs hoorde ik het zelfs uit de mond van Yves Leterme. Ik zeg ‘zelfs’ in de naïeve veronderstelling dat een eerste minister niet alleen over het land, maar ook over zijn talen moet waken. Dat we beroep zeggen in plaats van een beroep komt natuurlijk door de invloed van die talen op elkaar, in dit geval van het Frans op het Nederlands: faire appel à. (Kent iemand trouwens een voorbeeld van contaminatie in de andere richting, waar een Nederlandse uitdrukking verantwoordelijk is voor een ‘fout’ in het Frans?)

Hamvraag is natuurlijk: Wordt het ‘beroep doen op’ wanneer bijna iedereen het zo zegt – ook de eerste minister! – of blijft het ‘een beroep doen op’? Idem dito met vouw- en plooifiets. Ik tel nogal wat vouwfietsliefhebbers onder mijn vrienden, maar die hebben het altijd over hun ‘plooifiets’. Ik moet bekennen dat ik meer dan eens dan zeg: vouwfiets. Op een plooifiets kun je niet fietsen, voeg ik eraan toe. Die plooit onder je gewicht. Je plooit ook geen brief. Je vouwt hem. En een plooirok? vroeg iemand me ooit. Is dat dan een vouwrok? Ik vrees dat ik toen geantwoord heb: ja. Alleen: het is een plooirok. Tussen haakjes: je plooit je arm niet. Je buigt hem. Net als je knieën.

Pleidooi

Zelfde hamvraag: wordt het een plooifiets wanneer pakweg 90% van de bevolking dat woord gebruikt? En moeten we dan maar aanvaarden dat in Nederland op een vouwfiets wordt gereden en in Vlaanderen op een plooifiets? Dat Vlamingen hun armen plooien en Nederlanders ze buigen?

Ik ben geneigd om een pleidooi te houden voor ‘een beroep doen op’ en voor ‘vouwfiets’, maar ik besef dat het een ouderwets standpunt is. Misschien is het zelfs achterhaald. Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pleidooi om het Noord-Nederlands als norm te hanteren. Nederlanders kennen bijvoorbeeld de volgende uitdrukkingen niet (of niet meer): de daver op het lijf hebben, er komt niets van in huis, het spek aan je been hebben, er het hart van in zijn. Het zou absurd zijn om die uitdrukkingen uit het woordenboek te schrappen. Maar heel wat Nederlanders zijn preciezer in hun woordkeuze, en dat weet ik wel te waarderen. Zo is ‘verstaan’ en ‘begrijpen’ voor hen niet hetzelfde. ‘Verstaan’ slaat op je gehoor: ik kan je verstaan, je spreekt hard genoeg. ‘Begrijpen’ heeft te maken met inzicht, begrip. Ook ‘verwittigen’ en ‘waarschuwen’ betekenen niet hetzelfde. Een auto heeft een kofferbak en niet een koffer. Koffers zijn wat je in die kofferbak zet.

Soms belachelijk

Soms klinkt het Nederlandse woord in Vlaamse oren belachelijk. Neem bijvoorbeeld ‘capuchon’. Bij regen zetten wij een kap op ons hoofd, de Nederlanders hebben het over ‘capuchon’. Als je het woord een aantal keer gebruikt, houdt het op belachelijk te zijn. Dan denk je: het is geen kap, maar een capuchon. Hoe dan ook blijft ‘capuchon’ hier vreemd. Net als ‘caissière’ voor ‘kassierster’ en ‘magnetron’ voor ‘microgolfoven’. Maar hoe zit het met ‘rotonde’ voor ‘rond punt’? Andermaal: het juiste woord is ‘rotonde’, maar de meeste Vlamingen rijden rond een ‘rond punt’, net als hun Franstalige landgenoten: un rond point.

De taal is niet van het woordenboek, maar van zijn sprekers en schrijvers. Als je dat principe hanteert, dan wordt het in Vlaanderen plooifiets en beroep doen op. Pendelaars kunnen beroep doen op plooifietsen. Ik vind het vreselijk, maar ik kan geen enkel doorslaggevend tegenargument bedenken. Je zou kunnen argumenteren: hoe rijker en preciezer onze woordenschat, hoe mondiger we zijn. En dus ook hoe sterker we staan. Alleen: voor plooifietsgebruikers geeft plooifiets precies weer waarover ze het hebben. Mag ik een beroep doen op u om deze lastige kwestie te ontwarren?

Kristien Hemmerechts

(Kristien Hemmerechts is schrijfster)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

39 Antwoorden op “Plooien of vouwen”

  1. Mia Doornaert Zegt:

    Dag Kristien,

    Ik lees bijna nooit blogs, en heb nog nooit op een gereageerd, dis is dus een primeur, gewoon om te zeggen dat je helemaal gelijk hebt als je schrijft dat ‘hoe rijker en preciezer onze woordenschat, hoe mondiger we zijn’. Het is niet omdat zowat iedereen fout zit, dat die fout juist wordt. Heel veel Vlamingen zijn ook iets ‘gewoon’ en ik blijf dan telkens ‘gewend’ mompelen en zal dat blijven doen. De voeten vegen aan correct taalgebruik is gemakzucht, geen democratie. Hartelijke groet. Mia

  2. Jean Van de Vondel Zegt:

    Tja mevrouw Hemmerechts, dit is inderdaad een lastige kwestie. Ik ben bijna geneigd te zeggen dat iedere vogel zingt zoals hij gebekt is en dat daar niets mis mee is. Wanneer we echter begrepen willen worden door mensen uit verre landen of Franstalige Belgen, die Nederlands geleerd hebben, is het misschien toch beter ons aan te passen aan het Noord-Nederlandse idioom.

  3. bart vanbeselaere Zegt:

    In mijn jeugd heb ik Nederlands gekregen van Dhr. Cyriel Moeyaert, die ons leerde dat slechts de bilabiale W, ‘V’ uitgesproken dus ,toegelaten was. Ik geloof niet dat iemand van onze klas het hem in dank afnam. Er werd ons simpelweg een deel van onze taal afgenomen. Al houd ik van een duidelijke en precieze taal, ik kan slechts vaststellen dat taal immens snel evolueert. Correct Nederlands van tegenwoordig is zeer dikwijls ook voortgekomen uit fouten die gemaakt werden in uitspraak, syntax en zelfs semantiek . Welk taalgebruik het haalde, hing af van waar de macht/het prestige lag. Ook al was het in eerste instantie fout, het werd gecensuureerd als correct omdat het van de machtigen kwam. De kleren van de keizer. Òf andersom ook : omdat mensen gewoonweg verhuisden, en de oorspronkelijke taal niet volledig beheersten, en er dus een nieuwe van maakten. Ik verkies het samengaan van een tamelijk correct taalgebruik met het opnemen van nieuwe mogelijkheden qua expressie/vormgeving en het toegelaten zijn van vereenvoudigingen. Een volk dat in een verstarde, statische cultuur leeft, heeft zéér strenge normen qua afwijkingen, alles is duidelijk vastgelegd. Mensen die zich noodgedwongen in heel diverse omstandigheden en culturen moeten bewegen, vereenvoudigen hun taal, maar de expressie gaat niet verloren. ‘Beroep doen op’ is begrijpbaar, dat is waar het om gaat.
    Over de tekst van Kristien Hemmerechts zelf : ik vind het een heel fijn genuanceerd artikel.

  4. Francis Zegt:

    Kan je een kwestie dan ontwarren,
    of alleen maar een knoop?

  5. leen vos Zegt:

    Ik vind het jammer als onze mooie taal niet correct wordt gesproken.
    Ik herhinner me een leraar Nederlands die erg streng was op de juiste uitspraak , woordkeuze en uitdukkingen.
    Ik denk dat het onderwijs op dit vlak tekort schiet.Ook de media kunnen hun steentje bijdrage en correct taalgebruik promoten.
    Positief en nuttig is de ” taalbijlage ” in de krant De Standaard.

  6. Dirk Van Puyvelde Zegt:

    Ik hoop maar Kristien dat je vrienden met je “vouwfiets” opmerking kunnen lachen.

  7. JOHAN PETER Zegt:

    Voorbeeld : tirer son plan : zijn plan trekken, dat lijkt me toch uit het NL in het FR overgehouden. Of vergis ik me?

  8. Bertrand Zegt:

    In de Franstalige gemeenschappen in Vlaanderen (sterk vertegenwoordigd in Gent, Antwerpen en Kortrijk) alsook in Brussel en sommige gebieden in Wallonië zijn er wel degelijk gevallen te vinden van Nederlandse ‘contaminatie’ van het Frans. Als daar zijn: “ensemble avec”, cfr. “samen met”, waar “avec” volstaat (J’ai fait ça ensemble avec elle. J’ai fait ça avec elle). Er zijn vast nog veel voorbeelden van te vinden.

  9. Sébastien Devogele Zegt:

    Een zeer pertinente vraag, die mij als conferentietolk en zaakvoerder van een vertaalbureau ook dagelijks bezighoudt. Ik probeer steeds zo correct mogelijk te spreken zonder mijn toehoorders tegen de borst te stoten. Zo zeg ik ‘een beroep doen op’ en heb ik het ook over ‘dossier’ zoals we het in het Frans zouden uitspreken. Dergelijke zaken doen Vlaamse toehoorders de wenkbrauwen nog niet fronsen. Daarentegen blijf ik wel het - zo is mij gezegd - foute ‘opvolgen’ gebruiken omdat ik meen dat mijn toehoorders zouden kunnen denken dat ik het bij het foute eind heb als ik zeg: ‘we zullen de kwestie goed volgen.’ Het is altijd schipperen, de lijn is niet altijd goed te trekken. Ik denk dat men meer van auteurs nog dan van bijvoorbeeld tolken verwacht dat hun taalgebruik onberispelijk is. Ergens moet iemand de norm blijven hanteren, want anders maken we er een zootje van. Zo kan ik mij wel indenken dat zonder norm, er ook binnen Vlaanderen regionale verschillen zouden ontstaan. Dan pas zou het moeilijk worden om te beslissen wat ‘goed’ is en wat ‘fout’.

  10. Wendelin Zegt:

    Goede vraag.
    Naar mijn gevoel is een plooifiets iets voor nonchalante mietjes die plooien en een vouwfiets iets voor verstokte ouderwetse pietjes precies, toch leuk hoeveel vooroordelen je in één zin kan proppen. Wat trouwens ook opvalt is het verkeerd gebruik van gekwetst (emotioneel) voor het aanduiden van gewond (fysiek), ook in het journaal ;-)
    Misschien kunnen we er net zoals een draagbare computer gewoon draagbare fiets van maken? Dat die fiets dan plooit, vouwt en/of in elkaar schuift is nogal wiedes, anders is die niet draagbaar genoeg om draagbaar genoemd te worden.
    Die draagbare fietsen worden trouwens net zoals die moderne koffers met wieltjes en uittrekbaar handvat als een tegenstribbelende hond aan de leiband meegevoerd, trouwens iets wat nogal hinderlijk is voor de normale gebruikers aan de (rol)trappen in de stations of op plaatsen waar veel mensen kriskras door elkaar wandelen.

  11. Mieke_ Zegt:

    in ‘mijn’ van Dale staat trouwens ‘rondpunt’ (en rond-point)

  12. Dick Taselaar Zegt:

    Naar mijn bescheiden mening bestaat er het ABN ofwel het Algemeen Beschaafd Nederlands, zoals dat voorkomt in het grote Van Dalen Woordenboek. De Zuid Nederlandse (Vlaamse) termen, welke erin staan zijn duidelijk als zodanig aangegeven. Van Dalen kiest dus duidelijk voor b.v. vouwfiets, rotonde, capuchon en ja, micro-wave, omdat bepaalde Engelse woorden onveranderd en onvertaald overgenomen worden. Verder bestaat er dan een Zuid Nederlands Woordenboek, waarin essentieel alle Vlaamse uitdrukkingen te vinden zijn, zoals ‘botten voor laarzen en een ‘alumeur’ voor een aansteker. Ik geloof dat ik met deze situatie nauwelijks moeite heb.

    Tja, toen men op de humaniora aan mijn dochter op de Nederlandse les vroeg: “Wanneer je helemaal buiten de stad, het dorp of de aglomeratie woont, waar woon je dan”? Zij antwoordde: “Ten plattelande”! Neen, dat moest zijn: “Dan woon je op den buiten”???? Zij kreeg daar een punt voor afgetrokken en toen ben ik aan de directeur gaan vragen: “Mijnheer de directeur, wat onderwijst U op Uw school, ABN of het gemeenste locale plat wat ik ken”? Hij haalde de lerares erbij en probeerde zich eruit te redden dat dat vlg. het Zuid Nederlandse Woordenboek was. Dit kon hij echter niet bewijzen en zij kreeg haar punt erbij.

    En zo sluit ik met die vraag van die verkeersagent aan een overtreder: “Mijnheer, mag ik Uw eenzelvigheidskaart met Uw lichttekening even zien”?

  13. Jos Mareinissen Zegt:

    Inderdaad een groot wereldprobleem. Het wordt tijd dat we op straat komen om meer duidelijkheid te eisen.

  14. Kris Nelis Zegt:

    Ander voorbeeldje van contaminatie van het Nederlands op het Frans: op basis van –> à base de (wordt veel gebruikt in het mondeling en jammer genoeg ook het schriftelijk Frans) moet à la base de zijn.

  15. Francis Zegt:

    Al eens stil gestaan wat men precies moet verstaan onder “bereden politie”?
    Kan iemand me zeggen waar dit taalkundig vandaan komt? Dat is toch volledig fout, of heb ik het mis?

  16. Wilfried Zegt:

    De Nederlandse politie is ook gekend als “Koninklijke Maréchaussée” met als wapenspreuk “Je maintiendrai”
    Geen Nederlander die daar over struikelt of wil vervangen door “Ik volhard”.

    Friet of patat is een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes. De naam is afgeleid van patates frites, Frans voor ‘gefrituurde aardappelen’.
    Friet is bekend onder verschillende benamingen: in Vlaanderen wordt meestal van frieten, frietjes of fritten gesproken, in de drie zuidelijke provincies van Nederland spreekt men van friet of frites, en in de rest van Nederland wordt ook vaak het woord patat gebruikt. Vlaamse friet is in Nederland een benaming voor dikke frieten van goede kwaliteit.
    Het gebruik van het woord “patat” kan in Vlaanderen, Zeeland, Nederlands-Limburg en Noord-Brabant verwarring veroorzaken, bij de eerste twee omdat het daar in de gewesttaal “aardappel” of “klap/slag” betekent, en in de laatste gevallen omdat het woord er niet of nauwelijks gebruikt wordt.

    In België spreken we van de bank en “haar” medewerkers. In Nederland houdt men het bij de bank en “zijn” medewerkers.

    Onze taal staat bol van woordspelingen, verschillen, afwijkingen die haar zo boeiend en levend-ig maken.

  17. Olaf Zegt:

    Leuk gesprek gehad met een Kempenaar:
    - Waar is het koffer?
    - Excuseer, zoekt u een hutkoffer?
    - ‘Een het koffer’. En mijnheer geeft les! Die is goed.

  18. Etienne Naaktgeboren Zegt:

    Vlamingen kennen de standaardtaal inderdaad vaak slecht. Dat is jammer. Nu weet ik niet helemaal zeker of Nederlanders die taal beter beheersen. De Hollanders hebben wel het voordeel dat hun streektaal de norm is geworden voor het Nederlands. Op die manier is het natuurlijk gemakkelijker. Maar of een Nederlander uit Drenthe, Groningen of Limburg de standaardtaal beter beheerst, weet ik nog zo niet. Het is ook wel zo dat er in het Nederlandse taalgebied veel ruimte is gegeven om de streektalen en dialecten te blijven gebruiken. Dat vind ik wel mooi, omdat taal toch vaak als politiek wapen (zeker in Frankrijk en Franstalig België) werd gebruikt. Gallicismen zijn niet onlogisch in een regio die dicht tegen het Franse taalgebied ligt, net als invloeden van Duits niet vreemd zijn in Oost-Nederland. Taal als mooi geografisch-cultureel lappendeken, waarom niet? Maar in deze geglobaliseerde wereld dient de standaardtaal natuurlijk gekend te zijn, naast de lokale taalvariant. Daar ben ik het volmondig mee eens. De historische en culturele banden tussen Nederland en Vlaanderen zijn zo groot, dat een gemeenschappelijke standaardtaal zeker te verdedigen is en blijft.

  19. Marcel Schoeters Zegt:

    Mag ik van dit debat gebruik maken om een oproep te lanceren tegen het gebruik van het woord ‘noemen’ ipv ‘heten’. Ook dit is een foute overname uit het Frans (appeler en s’appeler) en dan nog een vrij recente. Een naam hebben is ‘heten’, ook in het Antwerps ‘oe iete-gij?’. ‘Noemen’ wordt gedaan door een derde. ‘Ik heet Jan, maar ze noemen mij John.”

  20. Georges Grootjans Zegt:

    ‘Ze’ doen nu al decennia lang moeite om ons schoon Nederlands te leren en het lukt niet. Hoe zou dat komen? ‘t Zou aan ons kunnen liggen. Maar ‘t zou ook aan het Nederlands kunnen liggen. Er wordt dikwijls naar Van Dale verwezen als referentie voor de norm. Maar, sorry, dat is een Nederlands woordenboek. Zoek kinesitherapeut eens op en ge vindt een vertaling: fysiotherapeut. Zoek fysiotherapeut op en ge krijgt een verklaring. En, nee Kristien, het volstaat niet om een paar keer een woord te gebruiken om het niet meer belachelijk te doen klinken. Ik vrees er voor dat taal niet op die manier werkt. Hier is mijn stelling: zolang wij stoofvlees-friet eten, koterij achter ons huis hebben, onze kinderen bij de Chiro zijn en met het koningshuis lachen zullen wij geen schoon Nederlands klappen.
    Een Vlaming zal zijn eigen niet rap plooien - oeps - naar opgelegde normen. Er zijn er hier waarschijnlijk al te veel over het grondgebied gepasseerd tijdens onze geschiedenis. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen flamingant, in tegendeel. Maar de Vlaamse taal (al is het Verkavelingsvlaams) wil ik wel cultiveren. (Hoeveel fouten heb ik nu gemaakt?)

  21. Carlos Collage Zegt:

    Ik voel er erg veel voor om toch maar de norm te hanteren. Het argument ‘men begrijpt toch wat er bedoeld wordt’ klinkt goed, maar toch enige kanttekeningen:
    1. Onder invloed van het ‘Thuis’-taaltje wordt her en der ’slagen’ gebruikt waar ’slaan’ bedoeld wordt (bv.: ‘de bal misslagen’). Niks aan de hand - iedereen weet wat er bedoeld wordt. Echter: een kennis van mij die Frans onderwijst in het humaniora stelt vast dat veel leerlingen last hebben om ‘réussir’ en ‘battre’ uit elkaar te houden.
    2. Wanneer iemand mij zegt ‘ik noem zus of zo’ begrijp ik dat ook, maar ik vind het niettemin een onding. Naar schatting 95% van de mensen die ik hoor spreken (onder wie veel germanisten - onlangs zelfs onze eigenste minister Pascal Smet) zijn ‘noemers’. Moet dit onding dan maar aanvaard worden? Hallo, Marcel Schoeters?
    3. ‘Een heel grote …’ (en dergelijke) wordt nagenoeg steevast ‘een hele grote …’. ‘Heel’ is een bijwoord. Onveranderlijk dus. En toch …
    4. Het gebruik van het voornaamwoordelijk bijwoord (’waarmee’, ‘waarvoor’, …; samentrekking van ‘met wat’… ) voor personen kan niet. Het moet zijn ‘met wie’, ‘voor wie’, … Nochtans zo goed als algemeen verbreid. Toch maar aanvaarden dan? Liever niet, dankjewel!
    5. Voor de volledigheid: ik moet toegeven dat ik ook wel struikel over ‘gewoon/gewend’ en ‘plooien/vouwen’. En waarschijnlijk zijn dat niet de enige waarover ik struikel.

  22. Frans Zegt:

    Wilfried heeft gelijk : in Nederland worden alle woorden meer en meer als zijnde mannelijk beschouwd. Gaat deze fout stilaan de norm worden? Ik schrik er nog steeds van.

    Een andere ingeburgerde gewoonte van de nederlanders is de “foute” uitspraak van EU als UI ,zoals in “euthanasie”

    Ook opvallend in de spreektaal : “natuuk” i.p.v. natuurlijk

    Laat ons hopen dat deze “fouten” in Vlaanderen niet worden overgenomen

  23. Georges Grootjans Zegt:

    En nog een bedenking: ‘Het is niet omdat zowat iedereen fout zit, dat die fout juist wordt’, schrijft Mia Doornaert. Dat is zo in de wiskunde, maar dat telt niet voor taal. Er is wel degelijk een democratisch taalprincipe. Het is trouwens de manier waarop de Taalunie te werk gaat. Er wordt geturfd in de media, in de literatuur, … en dat taalgebruik dat voldoende frequent voorkomt wordt als SN weerhouden. Nu, helemaal democratisch is het nu ook weer niet want dan mogen op de dierenboerderij alle dieren wel gelijk zijn, het ene is al wat gelijker dan het andere. Schijvers zoals Kristien Hemmerechts hebben een bevoorrechte positie. Het volstaat (volstond) soms dat ze ene keer een woord gebruiken (gebruikten) om het in de Van Dale te krijgen. En ook hebben de Nederlanders een numeriek overwicht. Vandaar dat we tegenwoordig als Vlamingen taalfaciliteiten krijgen in SN-land. Daar bovenop heeft schrijftaal een stapje voor op spreektaal. En daar knelt dikwijls het schoentje voor Vlamingen. De afstand tussen spreek en schrijftaal is voor Vlamingen veel groter dan voor Nederlanders. Vlamingen schrijven goed en dikwijls beter dan Nederlanders (o.a. diktee), maar als ze schoon moeten klappen spreken ze dicht. Enkele decennia geleden kwam een Vlaming op radio en tv niet uit zijn woorden omdat hij schoon moest spreken. Het is pas sinds het Verkavelingsvlaams gemeengoed geworden is dat een Tom Boonen wat meer kan zeggen dan ‘Ja …euh.. Fred … euh… ik… hangde in zijn wiel. en.. euh…’ Van Istendael kapt op het Verkavelingsvlaams, maar die taal bestaat precies bij de gratie van de Vlaamse verkavelingen. De ondertitel van zijn boek was ‘de schoonheid der wanstaltigheid’ die hij in Vlaanderen ontwaart, behalve als het over de taal gaat blijkbaar. Terwijl die dingen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. BHV kan in Nederland niet bestaan. Maar BHV kan in het Noord-Nederlands ook niet opgelost worden. Vlaams is een belgitude. (Misschien dat De Wever daarom weigert vragen die in het Vlaams gesteld zijn te beantwoorden: maar nu gejost in de Van Dale komt is hij wel dik gechareld.)

  24. C. Benoit Zegt:

    Als je u in de huidige situatie met dergelijke dingen bezighoudt dan moet je wel perfect gelukkig zijn en dat is mooi en om u nog perfekter gelukkig te maken gooi ik er nog een taalfout in.

  25. Wilma van den Akker Zegt:

    Als Nederlandse had ik nog nooit het woord ‘plooifiets’ gehoord. Ik krijg daar prachtige beelden bij, zoals een fiets met een harmonicagedeelte als in het midden van de tram. Van mij mag dit poëtische woord dus blijven.

  26. Georges Grootjans Zegt:

    Beroep doen op, allusie maken op, gewag maken van, advies geven over, commentaar geven op, .relaas doen van, melding maken van, beroep aantekenen tegen, … Ik ken er weinig van, maar de deskundigen mogen het mij altijd eens uitleggen.
    Kristien haalt argumenten uit de toegepaste fysica aan om de onzin van een plooifiets aan te tonen. Wel laat me dan fysiologische argumenten aanhalen om te zeggen dat een arm buigen erg gevaarlijk is. Een beetje te veel buigen en hij breekt. Een rug buigen kan weer wel want die is er met al die wervels op voorzien. Tussen de plooien vallen is misschien een van die Vlaamse uitdrukkingen die Kristien niet graag zou zien verdwijnen. Maar dan moet ge wel plooien hebben natuurlijk. Ook om ze glad te strijken. En zo valt alles misschien toch nog in de plooi.
    Ik vrees dat bij al die discussies het enige argument dat overblijft is: ja, maar zo zeggen ze dat in Nederland. En omdat we een gemeenschappelijke taal willen, moeten wij dat ook zo zeggen. Gij misschien wel, maar ik niet.

  27. Johan Van den broecke Zegt:

    Inderdaad: vouwfiets en een beroep doen op … vind ik juiste woorden. Het Nederlands is een mooie taal voor wie haar geen geweld aan doet …. in het kader van Europa zou het goed zijn mochten alle nederlandstaligen een zelfde taal spreken met dezelfde klemtonen … dan moeten televisieprogramma’s en bepaalde films niet meer ondertiteld worden …. en volstaat één woordenboek .

  28. Diederik Masure Zegt:

    Iets als een standaardtaal die zogezegd door iedereen beheerst zou moeten worden, is een waanbeeld van sommige mensen die hetzij niet veel beter te doen hebben in hun leven, hetzij vanuit een of ander onontdekt (minderwaardigheids)complex de onweerstaanbare drang schijnen te hebben om zich (ik bedoel: ‘van hun eigen’) te doen gelden als superieur tegenover mensen die toevallig er het levensnoodzakelijk(e) nut niet van inzien om zich/hun bezig te houden met het instampen van regeltjes die niks zeggen over de realiteit in de echte wereld, slechts over voorgenoemde idiote regeltjes ;-)

    Door het in stand houden van deze kloof, proberen zij zich/hun vast te klampen aan hun elitaire status; deze elite weet dat niemand tenzij zijlezelf, die er al hun tijd aan wijen, ooit in de buurt kan komen van een 100% correcte taal volgens hun eigen opgelegde regeltjes en normen.

    Met verstaanbaarheid heeft dit niks te maken, of je nu zegt een beroep doen op of beroep doen op. In de middeleeuwen was er nog geen standaardtaal en toch kon men probleemloos communiceren, zowel mondeling als schriftelijk. Men was het namelijk gewoon om met variatie in contact te komen, ipv de eenheidsworst van taal die we tegenwoordig krijgen voorgeschoteld.
    Het is slechts een uiting van de klassenstrijd tussen de culturele elite (ze moeten toch op een manier aan hun status en postjes vast zien te houden…) en de rest van de maatschappij.

    Een culturele variant van de American Dream zeg maar (’zeg maar’, wat een Hollandse uitdrukking! Oorlof, ik heb 4 jaar in Olland deurgebrocht ;-)); waar de rijken de armen een soort onhaalbaar ideaal voorstellen - iedereen kan rijk worden en het maken in Amerika, als je maar hard genoeg werkt - dat eigenlijk gewoon het gepeupel klein houdt en hun rijke status veiligstelt.

    Overal op de wereld is er diversiteit. En overal zijn er mensen die daar normen op willen plakken, bepalen wat normaal is en wat fout enz.

    Blank, zwart, geel of rood? Waarom kan niet iedereen hetzelfde zijn - en dan liefst blank, want dat is nu eenmaal de standaard.
    Homo, hetero, bi of nog iets anders? Gaan we maar eens proberen iedereen dezelfde seksuele voorkeur in te stampen - en dan liefst hetero natuurlijk, want dat is ooit bepaald als de norm.

    Ik kan nog veel meer voorbeelden bedenken waar de drang van mensen om menselijke diversiteit te wurgen en om te vormen tot een eenkleurige eenheidsworst, maar zoals ge u wel kunt inbeelden eindigen die meestal niet als een sprookje (ze leefden nog lang en…?)

  29. Diederik Masure Zegt:

    Bovendien is het Standaard-/Noord-Nederlands helemaal NIET altijd rijker, en preciezer; weer zo’n typische leugen :) maar zijn wensen voor waarheid aannemen is een menselijke eigenschap natuurlijk :)

    In het AN kan ’schoon’ zowel betekenen ‘rein’ als ‘mooi’;
    Het Vlaams onderscheidt deze perfect door de woorden ‘proper’ en ’schoon’

    Hier is dus duidelijk het Zuid-Nederlands preciezer en genuanceerder.

    In het AN is het meubel ‘bank’ zowel een bank in het park als een sofa.
    In het Vlaams onderscheidt men beide meubelen door het eerste een bank te noemen, en het tweede een/ne zetel.

    Waar het AN ‘zij zetten’ zowel tegenwoordige tijd, als verleden tijd kan zijn, maakt den Oost-Vlaming de nuance van de verleden tijd door hier “zettegen” te zeggen, en sommige Vlaams-Brabanders “zatten”.

    En bijkans iedere Vlaming met ietwat dialectachtergrond onderscheidt de groente ‘kool’ van de brandstof ‘kool’, denk hierbij ook aan de spellingen koolen vs. kolen van voor den oorlog.

    QED.

  30. Dick Taselaar Zegt:

    Oh ja, over taalverwarring gesproken: “Fauteuil” is een prachtig Frans woord voor een gemakkelijke (meestal beklede) stoel. Toch is dit een verfransing van het Nederlandse woord ‘vouwstoel’. Toen de “sans-culotten” in 1795 in Nederland aankwamen zagen ze daar de overblijfselen van de Nederlandse ‘Gouden Eeuw’. Daarbij was een gemakkelijke stoel, die aan de voorzijde een door middel van een harmonica een harmonica uitvouwbaar deel had, waarop je de benen en voeten horizontaal kon neerleggen. Toen ze vroegen hoe die gemakkelijke stoek heette was het antwoord: ‘vouwstoel’ (tegenwoordig zouden de Vlamingen dan misschien ‘plooistoel’ zeggen en dat werd, zoals gezegd, verfranst tot ‘fauteuil’.

    Overigens wat te denken van ‘un wasistdas’ voor het kleine rechthoekige venstertje in een Franse koets?

    Facit: Ik kan alleen maar zeggen dat er legio voorbeelden zijn, waar de ene taal de andere taal bevrucht en dat dat gehele complex een zeer interessante materie is.

  31. K. Zegt:

    Het is eigen aan het politiiek bestel van dit land dat je vage compromissen en gearrangeerde akkoorden afsluit. Duidelijkheid wordt niet altijd op prijs gesteld.

    Misschien word je daarom mettertijd wel minder accuraat in je woordkeuze.

  32. Caro Zegt:

    @ Francis
    Ik heb ook ‘bereden politie’ altijd bizar gevonden. Idem in het Frans: police montée.
    Volgens het WNT is bereden “het verleden deelwoord van berijden in actieve opvatting”, m.a.w. een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord met een actieve betekenis.

    @ Dick Taselaar
    Fauteuil is een prachtig voorbeeld!

    Vasistas zou van Duitse origine zijn door de vraag “Was ist das?” die de bewoners door een luikje in de deur stelden aan bezoekers. ‘Wass-ist-dass’ werd genoteerd in 1776; in 1784 werd het ‘wasistas’ en de huidige vorm ‘vasistas’ in 1798.

    @Diederik Masure
    Ook in Antwerpen werd ‘zettegen’ gebruikt.

  33. Marie Zegt:

    Wat een hoop fouten in al die reacties!

  34. Sabine Lauwers Zegt:

    “Kent iemand trouwens een voorbeeld van contaminatie in de andere richting, waar een Nederlandse uitdrukking verantwoordelijk is voor een ‘fout’ in het Frans?” Ja, er is er ook contaminatie in de andere richting, dat zal een taalbewuste Waal zoals Christophe Deborsu wel kunnen beamen. Ik denk bijvoorbeeld aan “tirer son plan” als vertaling van de Vlaamse uitdrukking “zijn plan trekken”, wat in standaardtaal respectievelijk “se débrouiller” en “zich uit de slag trekken, zich behelpen” is. Heeft wellicht te maken met al die Vlamingen die naar Wallonië trokken om daar werk te vinden. Er bestaan boeken over: bijvoorbeeld “Dictionnaire des Belgicismes” van Michel Francard. En voor de rest vind ik zowel “plooifiets” als “vouwfiets” aanvaardbaar, ook als ik de definitie van plooien en vouwen erop napluis in het woordenboek. Ik associeer plooien met stof en vouwen met papier, maar als het over metaal gaat, zoals in het geval van een fiets, dan geef ik zelfs de voorkeur aan plooien. Werkelijk, mevrouw Hemmerechts: is dit geen muggenzifterij? Waar zit hier het communicatieprobleem? Het is niet omdat in Nederland “vouwfiets” meer voorkomt, dat “plooifiets” geen begrijpelijk Nederlands zou zijn. Verscheidenheid in eenheid, was ooit de titel van een boek door één van mijn docenten Nederlands gepubliceerd. Ik vind het belangrijk dat mensen, vooral zij die beroepshalve met taal bezig zijn, beseffen dat er verschillende varianten zijn. Ik verwacht van journalisten dat zij standaardtaal gebruiken, maar ik verwacht dat niet van de man in de straat.

  35. Eduard Zegt:

    “J’ai difficile à”: dat is letterlijk vertaald uit het Nederlands (”Ik heb het moeilijk om…”). In Frankrijk begrijpt men het wel, maar men kijkt toch verwonderd op, omdat zij het hebben over “c’est difficile (pour moi) de…”

  36. Hans Becu Zegt:

    Ik volg wel als het gaat over de precieze formulering, zoals verstaan en begrijpen. Maar ik volg niet als het over zgn. contaminatie gaat. De Franstaligen spreken ook over “le ring” rond bru en over de “kern” (kernkabinet)
    Vervolgens is het pleidooi voor een strakke normering van de standaardtaal erg prescriptief en zeer “Académie française”. Een woord dat iedereen gebruikt en begrijpt is toch OK, zoals rond punt. Het angelsaksische descriptieve model is veel soepeler en veel meer aangepast aan onze moderne tijd.
    Uiteindelijk is taal een communicatiemiddel : als het werkt, is het OK.

  37. Georges Grootjans Zegt:

    Ik heb er nog eens over nagedacht: een fiets plooien? Ik denk dat de meeste Vlamingen hem zullen opplooien. Of toeplooien. Of dichtplooien. Het is een opplooibare fiets. Ge hebt ook opplooibare tafels, en bijpassende opplooibare stoelen. En opplooibare bedden. Zo’n Zwitsers mes is een pennenmes met vanalle gereedschappen die ge kunt open en dichtplooien, of uit en toeplooien. Als ge een brief uit de enveloppe haalt plooit ge hem open om te lezen. Plooit uw hand eens open zodat ik kan zien wat erin zit? Lakens worden zo opgeplooid: eerst op zijn langs twee keren toeplooien en dan moogt ge ze voor mijn part dichtvouwen. Hij ligt ineengeplooid te slapen in zijn bed. Als ik gedaan met lezen heb, plooi ik de hoek van het blad waar ik gebleven ben om. Maar als ik de gazette gelezen heb plooi ik haar toe. Plooien? Uri Geller, die charlatan, kon zogezegd lepels en verketten plooien met de kracht van zijn geest. In dat geval is het het plooien waar Kristien Hemmerechts het over heeft. Zegt nu nog eens dat de Vlamingen hun woorden niet zo precies kiezen als gelijk de Nederlanders.
    En tot slot: Mia Doornaert heeft het over gemakzucht. Wel, ik kan u verzekeren dat consequent Vlaams schrijven evenveel moeite kost dan SN te schrijven. Ik probeer het, maar ik kan het bijlange na niet. Op school hadden we geen Vlaams, vandaar.

  38. Leen Van Den Broucke Zegt:

    @Mia Doornaert, Jean Van De Vondel:

    Georges Grootjans heeft gelijk als hij schrijft: ‘Er is wel degelijk een democratisch taalprincipe. Het is trouwens de manier waarop de Taalunie te werk gaat. Er wordt geturfd in de media, in de literatuur, … en dat taalgebruik dat voldoende frequent voorkomt wordt als SN weerhouden.’

    Daar wil ik nog aan toevoegen dat het Nederlands-Nederlands (bij gebrek aan een beter woord voor het ABN uit Nederland) de norm is voor Nederlandse uitgeverijen. De meeste literaire uitgeverijen in het taalgebied zitten in Nederland. Bijna alle vertaalde literatuur wordt in Nederland uitgegeven en is door Nederlanders vertaald.

    Het resultaat: er zijn erg weinig Vlaamse literair vertalers. Waarom? Omdat het bijna niet te doen is om op dat niveau aan de Nederlands-Nederlandse norm te voldoen. Ik vind het dan ook misleidend om het hanteren van die norm voor te stellen als een kwestie van een paar woordjes en uitdrukkingen onthouden. Om een idee te krijgen: zoek in de digitale Van Dale even op de marker ‘Zuid-Nederlands’.

    Kristien Hemmerechts is gelukkig genuanceerder in haar oordeel. Ik weet zeker dat haar boeken geredigeerd worden, en dat haar ongewenste Vlamismen daarbij vakkundig worden gewied, naar het principe ‘alleen het sappige mag blijven’. In vertalingen zijn álle Vlamismen echter ongewenst, en het voorrecht van een grondige redactie valt vertalers zelden te beurt; zij moeten het zelf doen. En daarbij zit hun eigen ABN hun flink in de weg.

    Diederik Masure schrijft: ‘deze elite weet dat niemand tenzij zijlezelf, die er al hun tijd aan wijen, ooit in de buurt kan komen van een 100% correcte taal volgens hun eigen opgelegde regeltjes en normen.’

    De spijker op de kop, met als kleine kanttekening: 100% correct wordt het voor niemand, ook niet voor mijn meest illustere Nederlandse collega’s.

    En ten slotte: Vlamingen staan in de regel erg tolerant tegenover de schrijftaal uit Nederland (en in ieder geval toleranter dan andersom). Pogingen om de Vlaamse spreektaal ook te gaan schrijven, zoals in de door mij aangehaalde zin van Diederik Masure, lijken mij weinig succes beschoren.

  39. de bruyn guido Zegt:

    niet plooien, kristien. we blijven vouwfiets zeggen.

Plaats een antwoord op het bericht