Taalkwesties: de werkwoordelijke eindgroep 2

 
In de werkwoordelijke eindgroep in de bijzin kunnen de werkwoorden op verschillende manieren geschikt worden. Vergelijk:

(1a) Ik vind dat dat gedaan moet worden (“groene volgorde”)
(1b) Ik vind dat dat moet worden gedaan (“rode volgorde”)
(1c) Ik vind dat dat moet gedaan worden (“sandwichconstructie”)

 

De sandwichconstructie

Vele taaladviesboeken en -sites keuren volgorde (1c) expliciet af. Deze sandwichconstructie (zo noemde professor Fons De Meersman, mijn docent Nederlandse grammatica, deze volgorde met het voltooid deelwoord tussen twee hulpwerkwoorden in gesandwicht) wordt door vele taalverzorgers als fout beschouwd omdat ze vinden dat hulpwerkwoorden in de werkwoordelijke eindgroep bij elkaar moeten blijven (zo ook Ruud Hendrickx). In de dagelijkse praktijk in Vlaanderen is de sandwichconstructie echter zo ontzettend gangbaar —ook in het VRT-journaal en gezaghebbende kranten— dat ze ook tot het Belgisch-Nederlands zou kunnen worden gerekend (of dat ze zou kunnen gerekend worden, zo u dan wil). Wie er nog over durft te vallen (ondergetekende pleit schuldig) wordt al snel bestempeld als een muggenzifter. Bovendien zegt de Taalunie:

Alle drie de volgordes komen in de praktijk in het hele taalgebied voor, maar ze zijn niet allemaal overal even gebruikelijk. Plaatsing van het deelwoord aan het begin van de groep […] is het gebruikelijkst in gesproken taal, althans in Nederland. Plaatsing aan het eind […] komt vooral in geschreven taal voor, zowel in Nederland als in België. Tussenplaatsing van het deelwoord komt tegenwoordig nog maar weinig voor in Nederland, maar is in België nog de meest gebruikte volgorde. Deze volgorde wordt daar weliswaar in sommige taaladviesboeken expliciet afgekeurd, maar in de praktijk is hij [sic] dagelijks bijvoorbeeld veelvuldig aan te treffen in kranten en te beluisteren op radio en televisie.

Uit Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van drie of meer werkwoorden (algemeen)

We kunnen dus besluiten dat tussenplaatsing zeer gangbaar is in België, maar (nog) niet voor alle standaardtaalsprekers aanvaardbaar is, en maar beter te mijden is in teksten voor het hele taalgebied.

 

Groene volgorde vs. rode volgorde

Er is absoluut geen noord-zuidlijn te trekken in het gebruik van beide correcte volgordes.

De Taalunie licht toe:

(5a) Er moet eerst nog wat aan veranderd worden.
(5b) Er moet eerst nog wat aan worden veranderd.

Beide werkwoordvolgordes zijn correct. Er bestaat een hardnekkig misverstand dat de volgorde met het deelwoord achteraan, dus zoals in de (b)-zinnen, beter zou zijn. Dat is beslist niet het geval. De volgorde is in principe vrij: iedereen kan hier zijn persoonlijke voorkeur en zijn gevoel voor zinsritme laten gelden. Een en ander neemt niet weg dat er bepaalde tendensen in het gebruik aan te wijzen zijn. Er tekent zich met name een verschil af tussen gesproken en geschreven taal. In niet- formele gesproken taal is de volgorde waarbij de persoonsvorm volgt op het deelwoord, het gebruikelijkst (dus: verzwegen heeft, veranderd worden enzovoort). In geschreven taal, vooral in journalistieke teksten, bestaat er een toenemende tendens om de volgorde hulpwerkwoord-deelwoord te gebruiken (dus: heeft verzwegen, worden veranderd enzovoort).

Uit Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van twee werkwoorden (algemeen)

Lees meer over de groene & rode volgorde op Neder-L.

— Mick

 

DIT ARTIKEL VORMT EEN TOELICHTING BIJ HET LEMMA ‘… OF DAT KAN GEDAAN WORDEN (SANDWICHCONSTRUCTIE)’ IN ONZE TAALDATABANK, WAAR WE BEKNOPT WILLEN ZIJN EN UIT PLAATSGEBREK NIET ALTIJD ONS HELE EI KWIJT KUNNEN.

2 thoughts on “Taalkwesties: de werkwoordelijke eindgroep

  1. Reply Dieter mei 4, 2015 13:26

    Fons en Willy noemden het ook “doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep”. Het was ook het stokpaardje van Paul Vanhauwermeiren.
    Ik durf er ook nog over te vallen.

  2. Reply Peter Motte mei 4, 2015 14:09

    Normaliter kies ik de rode volgorde. De sandwichconstructie valt nu eenmaal toch bij weinigen in de smaak, en je schrijft als vertaler voor een breed publiek, niet alleen maar voor de buren.
    De rode volgorde heeft een voordeel t.o.v. de groene: het kan vermijden dat twee gelijke hulpwerkwoorden vlak na elkaar voorkomen.
    Bijv.:

    1a De auto die ze rood geverfd hebben, hebben ze verkocht. (groene volgorde)
    1b De auto die ze rood hebben geverfd, hebben ze verkocht. (rode volgorde)

    2a Er is een auto die ze blauw gevergd hebben. Hebben ze die verkocht? (groene volgorde)
    2b Er is een auto die ze blauw hebben geverfd. Hebben ze die verkocht? (rode volgorde)

    Maar als ik andermans teksten corrigeer, zal ik groene volgordes doorgaans niet veranderen, en zeker niet als fout aanrekenen.

Reageren